Header Top Menu

Login Menu block

H a k - k e n & p l a k - k e n: ‘Basisonderwijs maakt kinderen dyslectisch’

H a k - k e n & p l a k - k e n: ‘Basisonderwijs maakt kinderen dyslectisch’

Printervriendelijke versieSend to friend

door Andreas Kouwenhoven

Niveau van groep 6
Dyslexie, de alom bekende stoornis die zorgt voor leesproblemen, is in Nederland een groeiend probleem. Uit het jaarverslag van de Onderwijsinspectie over het jaar 2006 blijkt dat een kwart van de leerlingen na hun basisschoolperiode het lees- en schrijfniveau van een kind uit groep 6 hebben. Daarmee zit Nederland bij de top van Europa als het gaat om het aantal kinderen met dyslexieproblemen.

Flauwekul
Geen wonder dus, dat de overheid poogt om de taalstoornis tot het minimum te beperken. Het boek dat daar voor moet zorgen heet Protocol Leesproblemen en Dyslexie, een standaardwerk dat leerkrachten adviseert hoe ze kinderen met dreigende leesproblemen het best kunnen begeleiden. Het boek stelt dat kinderen, waarbij een achterstand geconstateerd wordt nog voordat ze in groep 3 terecht komen, meer met het geschreven woord in contact gebracht moeten worden. Zo zou de taaluitval beperkt kunnen worden. ‘De grootste flauwekul,’ zegt ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet. Op 11 juni verscheen zijn boek Naar school, Psychologie van 3 tot 8 over de ontwikkeling van kinderen van drie tot acht jaar. Vervaet betoont zich hierin een aanhanger van de leer van Piaget, de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog die de ontwikkeling van een kind in verschillende leeftijdfasen onderverdeelde. In elke fase ontwikkelt een kind nieuwe dingen, zoals bijvoorbeeld zindelijk worden, praten of lezen. Vervaet legt in zijn boek ondubbelzinnig uit dat dyslexie een zelfgecreëerd fenomeen is. De schuldigen? ‘Dat is de hoofdstroming in de ontwikkelingspsychologie en onderwijskunde. Zij hebben het fasedenken jarenlang verwaarloosd.'

Stijgt het dyslexiecijfer niet gewoon omdat we het steeds beter kunnen opmeten?
‘Nee. Jij kunt binnen een kwartiertje bepalen of iemand dyslectisch is, daar is echt niet veel voor nodig. En de afgelopen tien tot vijftien jaar zijn er geen principieel beter meetmethodes gekomen voor dyslexie.’

Wat doen basisscholen fout?
‘Het is eigenlijk heel simpel. Uit mijn onderzoek blijkt overduidelijk dat kinderen pas kunnen leren lezen- en schrijven als ze zich in hun 14e fase bevinden, dus ongeveer zeseneenhalf jaar oud zijn. Wat is nu het geval: veel kinderen worden al voor die leeftijd met het geschreven woord in contact gebracht. En in die fase daarvoor kunnen ze alleen nog maar letters en woorden spiegelen. Dat zie je ook vaak terug bij dyslexiekinderen: ze spiegelen de woorden. Mijn theorie is dus dat je kinderen dyslectisch maakt als je ze te vroeg leert lezen- en schrijven. Vergelijk het met een groeiende appelboom. Als je aan een klein takje een schommel hangt en daar een kind op zet, gaat het krom groeien. Terwijl wanneer je met die boom wacht tot één van de takken van sterk hout is, kan het geen kwaad. Zo is het met dit ook: wacht tot het kind er klaar voor is. Waarom zouden we die haast maken? Iedereen kan leren lezen en schrijven. Wat zou nou toch in vredesnaam het voordeel zijn van die anderhalf jaar eerder lezen en schrijven? Die is er niet!’

Het huidige basisschoolsysteem is zeer nadelig voor ‘vroege leerlingen’, stelt u in uw boek.
‘In grote delen van ons land dwingt de onderwijsinspectie leerkrachten van groep één en twee om dan al met lezen en schrijven bezig te zijn – dat doen ze een beetje vermanend, ‘stimuleren’ heet dat dan. Alle scholen zijn er in beginsel aan gebonden om kinderen binnen acht kalenderjaren door de basisschool te loodsen. Dat betekent dat een kind die op een wat ongelukkig moment jarig is, slechts zeven jaar en één maand les heeft gehad op de basisschool, en dus heeft leren lezen en schrijven in een fase waarin hij er nog helemaal niet aan toe was.’

U heeft geen hoge pet op van de onderwijsinspectie?
‘De inspectie ziet ook dat dyslexie en andere lees- en schrijfproblemen de laatste jaren toenemen. Dan zeggen ze: “Ja, dan moeten we kennelijk nóg eerder beginnen met lezen en schrijven, we gaan het in plaats van een half uurtje nu een uurtje doen.” Dat is dus volkomen het paard achter de wagen spannen. De onderwijsinspectie baseert zich op Amerikaanse en Australische onderzoeken. Ik heb ze gezien: die experimenten deugen van geen kant. In feite erkent de inspectie zelf ook al dat het grote onzin is. Leerlingen moeten van de inspectie in groep twee leren lezen, en vervolgens zeggen ze: in groep drie moet dat allemaal weer opnieuw worden aangeleerd. Wat voor onzin is dat nou? Wat ik in de eerste klas van de middelbare school heb geleerd, ging ik toch ook niet in klas drie even overdoen?

Valt de leerkrachten wat te verwijten?
‘Zij doen prima werk, dat zijn zeer toegewijde mensen. Ik krijg van alle kanten reacties van leerkrachten, en nog niemand heeft gezegd: “Meneer, ik ben het oneens met u.” Ze zeggen juist allemaal: “Die Vervaet heeft gelijk, eindelijk eens iemand die het zegt! Wij roepen het al jaren maar naar ons werd nooit geluisterd.” Het is de inspectie die dwang uitoefent op de onderwijzers van groep één en twee om met het geschreven woord aan de slag te gaan. Maar de echte schuldigen, dat zijn de onderwijskundigen en ontwikkelingspsychologen die het fasedenken vele decennia lang hebben verwaarloosd.’

In uw boek hekelt u ouders die het leuk vinden dat hun kind al vroeg zijn eigen naam kan schrijven.
‘Als kinderen merken dat in hun cultuur het schrijven van hun eigen naam erg gewaardeerd wordt door volwassenen, zullen ze er alles aan doen om die waardering te krijgen, al helemaal als bijvoorbeeld het oudere buurmeisje wél haar eigen naam kan schrijven. Hoe komt het toch dat wij zo dol zijn op schrijvende kleuters? Het hele fase-idee is in onbruik geraakt. Iedereen schijnt opeens te vinden dat je alles zo vroeg mogelijk moet kunnen, zonder erover na te denken of het kind dat wel aankan. Het is cultuurgoed geworden dat volwassenen positief praten over schrijvende kleuters. Helaas.’

Zelfs educatief speelgoed moet het in uw boek ontgelden.
‘Je ziet dat het zogenaamde ‘educatieve speelgoed’ inhaakt op de gedachte dat alles zo vroeg mogelijk moet. Hier naast mij staat de ‘spelenderwijs leren puppy’. Er staat bij dat de puppy een kind tussen zes maanden en vier jaar het alfabet en cijfers leert kennen. Ik verzeker je: dat is de grootste flauwekul ter wereld. Een kind van zes maanden zal absoluut nooit, maar dan ook absoluut nooit kunnen tellen. Het is complete waanzin. Wat ik hier zo kwalijk aan vind, is dat het de gedachte in stand houd dat je kleuters zo vroeg mogelijk zou moeten leren lezen en schrijven. Vroeger gingen we voor een aderlating naar de dokter, nu is het: we moeten ons kind een educatief stuk speelgoed geven.’

Wat moet er veranderen?
‘Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan Denemarken. Daar beginnen ze met lezen en schrijven vanaf zevenenhalf jaar, en taaluitval komt daar nauwelijks voor. Wij in Nederland beginnen er twee jaar eerder mee, maar verliezen twee jaar! Raar. Dat zou je toch aan het denken moeten zetten?’

Naar school; Psychologie van 3 tot 8
Auteur: Ewald Vervaet
Uitgever: Ambo
Aantal pagina's: 287
Prijs: 19,95
ISBN: 9789026319969

Nog geen beoordelingen
Lees meer over:

Reacties

Posts [ 1 ] Lid sinds [ 17/07/2007 ] Online [ nee ]

Ik ben niet iemand die snel reageert, maar dit gaat echt te ver.

Ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet beweert –ik heb niet zijn boek gelezen, maar het interview op de website www. ikvader.nl/blog/ basisscholen_maken_ kinderen_dyslectisch is voldoende om te reageren—dat je kinderen dyslectisch kunt maken door ze op te jonge leeftijd te confronteren met lezen en spellen.

Dat is pertinent niet waar. Vervaet baseert zijn uitspraak op zijn eigen interpretatie van de ideeën van Piaget, maar er is wereldwijd in de afgelopen decennia veel onderzoek verricht naar vroege voorlopers van dyslexie (onderzoek naar vroege spraak- en taalontwikkeling, onderzoek naar familiair-genetische belasting, onderzoek naar stimulatie en deprivatie), en er is geen enkele studie waaruit blijkt dat een positieve spraak-taalontwikkeling een negatief effect heeft op lezen en spellen. Hooguit dat vroege stimulatie weinig uithaalt: het meest negatieve effect van tal van inspanningen ter stimulering is, dat alle positieve effecten die worden bereikt ook zonder de stimulering zouden zijn bereikt. Meestal vindt men wel degelijk positieve effecten, soms zijn die maar klein, soms zo klein dat je denkt: ‘Is het de inspanning wel waard geweest’, maar nooit negatief.

Het onderzoek waar ik hierboven naar refereer is niet van gisteren op vandaag. Sinds de jaren 1980 loopt er een groot cohort-onderzoek in de VS naar vroege spraak-taal-ontwikkeling en latere didactische ontwikkeling, inclusief lees- en spellingsvaardigheden. Tevens is er in de VS een organisatie voor taal-spraakpathologie (American Speech-Language-Hearing Association; zie website: www.asha.org) met 120.000 professionals (logopedisten, psychologen, orthopedagogen, audiologen, neurologen), die 10 jaar voor loopt op Europa op het gebied van Evidence Based Practice (EBP) –met al zijn kwalijke kanten, ik probeer niets op te hemelen, maar onzin wordt neergesabeld. In Oxford, Engeland is professor Dorothy Bishop tientallen jaren actief in onderzoek naar genetische, spraak-taal- en didactische achtergronden van leermoeilijkheden.In Finland loopt een grootschalig onderzoek naar genetische en –wederom—taal-spraak-voorlopers van dyslexie (zie website: www.jyu.fi/humander/dyslexia). In Nederland loopt een nog grootschaliger onderzoek naar biologische en didactische determinanten van dyslexie (met een genetische poot, een longitudinale ontwikkelingspoot, en een interventie-poot). Uit geen van deze onderzoeken is enige steun voor Vervaets beweringen gebleken. Nogmaals: het meest negatieve dat uit al deze onderzoeken komt is dat vroege interventie maar heel beperkt, in sommige gevallen misschien zelfs in het geheel niet, problemen in het leren lezen en spellen kan voorkomen. Dus inderdaad, te vroeg beginnen helpt dan niet. Daar zijn de Denen ook achter gekomen; helaas weet Vervaet ook dat onderzoek en die praktijk foutief te interpreteren. Nooit komt er uit dat vroege interventie een negatief effect heeft. Vaak komt er uit dat vroege stimulatie van spraak-taal-lezen-spellen de kinderen een voorsprong(etje) geeft.

En dan komt er hier een psycholoog, die achter zijn bureau een idee heeft uitgedacht, een uitgever bereid vindt zijn gedachtenspinsels in druk uit te geven –zonder het boek gelezen te hebben denk ik dat Piaget zich in zijn graf zou omdraaien: Piaget voorspelt dat het kan zijn dat kinderen ergens nog niet aan toe zijn, maar niet dat als ze iets proberen te leren dat ze boven de pet gaat kwalijke effecten kan hebben ... hooguit verspilde moeite dus—en ik zie het al gebeuren: ongeruste ouders, leerkrachten die worden lastig gevallen met onmogelijke vragen, in verwarring gebrachte kinderen, allemaal onnodige onrust en zinloze discussie die professionals afhoudt van hun werk. Als dat geen negatief effect is!

Wilt u betrouwbare, Nederlandstalige informatie over dyslexie, surf dan naar:

http://www.balansdigitaal.nl/

Ben Maassen; Kinderneuropsycholoog, Nijmegen


Posts [ 1 ] Lid sinds [ 30/09/2010 ] Online [ nee ]

De reactie van Ben Maassen is niet terzake.

Ben Maassen heeft het over vroege spraak- en taalontwikkeling, het leren spreken. Spreken leert iedereen.

Ewald Vervaet heeft het over leren lezen: dat leert niet iedereen. Dat leren we ook op een andere manier dan het leren spreken.

Ben Maasen zou dus eerst het boek moeten lezen en zich bij het onderwerp houden: leren lezen.

Ton Mittelmeijer 1 okt 2010.


Posts [ 33 ] Lid sinds [ 18/04/2007 ] Online [ nee ]

Daan (6,5) heeft dit artikel met verbazing gelezen. Dyslexie vond hij een moeilijk woord. Zijn vader is vooral verbaasd over de passage "Als kinderen merken dat in hun cultuur het schrijven van hun eigen naam erg gewaardeerd wordt door volwassenen, zullen ze er alles aan doen om die waardering te krijgen, al helemaal als bijvoorbeeld het oudere buurmeisje wél haar eigen naam kan schrijven." Het hele stuk leest als een pleidooi voor het Hollandse maaiveld. Je moet kinderen inderdaad nergens toe dwingen. Maar als een kind van drie uit zichzelf verheugd roept: daar staat 'Hema' als het die lettercombinatie ziet en een enorme nieuwsgierigheid heeft naar de wereld van de geschreven taal? De hele wereld hangt van geschreven boodschappen in elkaar. Het is geen wonder dat kinderen snel willen weten hoe ze al die geheimzinnige tekens kunnen ontraadselen. Als het maar uit belangstelling is en niet met een verbeten hijgende prestatiegerichte ouder in hun nek.

Wat ik veel aardiger zou vinden is een artikel over de wildgroei aan etiketten (dyslexie, non verbal learning disorder, ADHD, PDD-NOS, dyscalculie en andere flauweculie). Als voormalig Pabo-docent is het me meer dan eens opgevallen dat studenten hebben geleerd hun falen volautomatisch af te schuiven op een syndroompje van het een of ander. En trouwens: wat betekent het dat er in Denemarken nauwelijks 'taaluitval' is.  (Cijfers, ik wil cijfers zien!) Als je dat woord googlet (ik ken het woord niet) krijg je drie soorten reacties: citaten uit Vervaets eigen persbericht, en verwijzingen naar afasie. Dat woord ken ik wel. Dat betekent spraakstoornis. Van Dale omschrijft het als 'onvermogen tot taalgebruik tengevolge van een (eenzijdig) hersenletsel'. Of de suggestie: 'bedoelde u haaruitval?' Vervaet zal wel wat anders bedoelen. Voor mij is hij gewoon weer een nieuwe in een lange rij van gestudeerde onheilsprofeten die zich baseren op onderzoekje zus en onderzoekje zo, en aldus het volk met een in elkaar gewetenschapt knutselboekje op de kast jagen. Of nieuwe ideeën bezorgen om het falen van hun kinderen te verklaren.


Comment viewing options

Select your preferred way to display the comments and click "Save settings" to activate your changes.