De keizersnee oftwel de sectio caesarae dankt zijn naam aan de Romeinse keizer Julius Caesar. De overlevering wil dat hij via het mes is geboren maar, vermoedelijk heeft Julius dit verhaal achteraf zelf de wereld in geholpen om de mythevorming rond zijn persoon nog wat aan te wakkeren. Het Latijnse woord voor ‘snijden’ is ‘caedare’, zie daar een meer voor de hand liggende verklaring voor de herkomst van de sectio caesarae.
Enkel veel voorkomende redenen voor een keizersnee zijn:
• Het bekken van je vrouw is te smal (in verhouding tot het hoofd van het kind).
• Je kind ligt dwars of in een stuitligging.
• Je vrouw is eerder bevallen via een keizersnee.
• De placenta ligt aan de onderzijde van de baarmoeder (een voorliggende placenta).
• Je vrouw heeft een te hoge bloeddruk of een infectie in de baarmoeder.
• Je vrouw heeft een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging.
• Je krijgt een meerling.
• De navelstreng is uitgezakt of de placenta laat los van de baarmoederwand.
• Bij het inleiden van de bevalling zijn complicaties opgetreden.
• Je vrouw ziet huizenhoog op tegen een normale bevalling.
In Nederland komt 12 procent van de kinderen via het mes ter wereld, in de VS ongeveer 25 procent en in Argentinië en Brazilië rond de 50 procent. In Rio en São Paolo zijn zelfs privé-klinieken die adverteren met de reclameleus Kom bij ons bevallen en behoud uw huwelijksnachtvagina. Dat de vagina bij een keizersnee ongeschonden blijft, is een onbenullig voordeel; de keizersnee blijft een ingreep die je vrouw niet alleen in een kraamvrouw, maar ook in een patiënt verandert. De herstelperiode is aanzienlijk langer dan na een normale bevalling, terwijl ook de kans op pijn, infecties en complicaties hoger is.
Bikinisnee 
Afhankelijk van de mate van spoed en de reden voor de keizersnee, wordt voor de operatie bepaald welke verdoving je vrouw ondergaat: volledige narcose of een ruggenprik die haar onderlichaam verdooft. Oorspronkelijk werd het kind gehaald via een verticale snee van de navel naar beneden, tegenwoordig maakt de arts een bikinisnede, een dwarse snee van tien tot vijftien centimeter net boven het schaambeen waar je later niets meer van ziet. Als de huid is doorgesneden, wordt het vet onder de huid en het onderhuidse bindweefsel doorgesneden. Nadat de arts de buikholte heeft geopend, legt hij de blaas, die deels over de baarmoeder heen ligt, opzij en maakt een dwarse snee in de baarmoeder. Na een kwartier voorbereidend werk, wordt het kind uit de baarmoeder getild. De navelstreng wordt doorgeknipt (helaas, in dit geval geen klus voor jou), de placenta wordt verwijderd en de wond wordt gehecht. Je vrouw komt vervolgens bij op de herstelkamer.
Ben ik meer dan een washandje?
Ja, maar in het scenario van een keizersnee ben je ook niet veel meer dan dat. Jouw rol blijft uiterst beperkt. Er komt geen pufje aan te pas. Als je vrouw onder narcose wordt geopereerd, is de operatiekamer voor jou zelfs verboden terrein. Bij extreme spoed is volledige narcose de beste manier om je kind snel en veilig op de wereld te krijgen. De zuurstofvoorziening van je baby kan dan beter worden gegarandeerd omdat je vrouw met zoveel mogelijk zuurstof wordt beademd. Je vrouw kan er trouwens ook zelf voor kiezen onder algehele narcose de bevalling te ondergaan. Bij zo’n ingreep mag jij vrijwel nooit aanwezig zijn. Het medische personeel heeft alle aandacht voor de operatie van je vrouw nodig. Ook is het bepaald geen prettig gezicht om je vrouw onder narcose op de operatietafel te zien liggen. Je moet dus op de gang wachten en pas als blijkt dat alles goed is met je baby mag je komen kennismaken. Vaak is je vrouw dan nog onder narcose, jij hebt dus het eerste contact met je baby. Onthoudt deze eerste momenten goed, dan kan je later je vrouw hierover vertellen. Als je niet bij de ingreep bent, vraag dan iemand van het personeel om in de operatiekamer foto’s te maken. Voor veel vrouwen blijkt dit naderhand heel waardevol.
Herstel na de operatie
Na de ‘keizerlijke’ ingreep slaapt je vrouw nog uit op de recovery room of ze is al naar de kraamafdeling gebracht. Schrik niet: je vindt haar terug als patiënt. Uit haar buik steekt een slang om het wondvocht af te voeren, bewegen is pijnlijk en ze krijgt vocht toegediend via een infuus. Regelmatig worden de bloeddruk, de polsslag, het bloedverlies en de hoeveelheid urine bij je vrouw gecontroleerd. Bij een ruggenprik heeft je vrouw de eerste uren na de operatie nog geen controle over haar benen. De eerste dagen zal ze zich duizelig voelen, last hebben van wondpijn en krampen. Na één of twee dagen beginnen haar darmen weer te werken. De dag na de operatie mag ze voorzichtig beginnen met eten. Soms heeft je vrouw pijnlijke naweeën, hier kan ze pijnstillers voor krijgen. Haar huid wordt meestal gehecht met materiaal dat uit zichzelf oplost en dus niet hoeft te worden weggehaald. Andere hechtingen worden na een week verwijderd. Als haar herstel voorspoedig verloopt, kan ze na een paar dagen tot maximaal een week weer naar huis.
Meer weten? Lees de 9 Maanden Gids voor Mannen!
Ben jij aanstaand vader en wil je echt voorbereid aan de start verschijnen? Lees dan de nieuwe 9 Maanden Gids voor Mannen, geschreven door Henk Hanssen, oprichter van IkVader.nl. Hoe overleef je de pufles? Hoe ga je om met haar nesteldrang? En: hoe houd je de kosten in de klauwen? Met deze 376 pagina's dikke, rijk geïllustreerde gids, navigeer je probleemloos over de hormonale achtbaan. Het boek kost € 19,95, inclusief fraaie Supervader-poster. Je kunt het hier bestellen. Binnen twee dagen in huis!
Over borsten hebben we een uitgesproken mening die we veelvuldig en vaak met virtuoze taalvondsten ventileren. Van erwten-op-een-broodplank, van meloenen tot uiers, van Pamela’s tot hangers, om er een paar te noemen. Maar zodra het om borstvoeding gaat, droogt onze creativiteit op. Simpelweg omdat we de aanblik van borsten associëren met van alles, behalve met moedermelk…
Onwetendheid?
Uit allerlei onderzoek blijkt dat hoe langer borstvoeding wordt gegeven, hoe meer gezondheidsvoordelen het oplevert, voor het kind én de moeder. Unicef en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseren volledige borstvoeding voor baby’s tot zes maanden. Daarna wordt geleidelijk vaste voeding geïntroduceerd die volgens Unicef en de WHO tot het kind twee jaar oud is het beste met borstvoeding kan worden gecombineerd. In Nederland zijn er weinig moeders die hun kind zo lang zelf voeden. 79 Procent van de vrouwen begint met borstvoeding. Maar al in de eerste weken daalt het enthousiasme snel. Aan het eind van de eerste maand krijgt nog maar 54 procent van de kinderen uitsluitend moedermelk, na drie maanden is dit percentage gedaald tot 35 procent en na een half jaar tot 25 procent. Eén van de oorzaken van deze zeer lage scores zijn de opvattingen die de Nederlandse man er over borstvoeding op na houdt. Uit een onderzoek van het Voedingscentrum uit 2003 bleek dat een ruime meerderheid van de mannen borstvoeding wantrouwt. Zo denkt bijvoorbeeld 70 procent dat hun vrouw te weinig moedermelk heeft om het kind te voeden. Hoogste tijd dus om de fabels die over borstvoeding de ronde doen te scheiden van de feiten.
Fabel 1: Mijn vrouw krijgt er hangborsten van.
Feit: Een kind krijgen prima, maar erwtjes in een envelop van nat papier? No way. Al eeuwen proberen mannen te voorkomen dat hun vrouw zelf borstvoeding gaat geven – en met succes. Als je je het maar enigszins kon permitteren, huurde je vroeger een professional in, een min. De Romeinen organiseerden zelfs speciale minnenmarkten waar slavinnen werden verhandeld die op het punt van bevallen stonden, zeventiende-eeuwse Parijzenaars gingen op zoek naar een stevige vrouw van het platteland. Zij nam het kind mee naar haar dorp, pa en ma zagen hun weldoorvoede kroost na pas drie jaar weer terug. Onder invloed van de kerk, artsen en filosofen is het minnenvak langzaam uitgestorven en zijn baby’s enkel op de borsten van hun eigen moeder aangewezen. Net zo min als de borsten van de min, krijgt zij hangborsten van borstvoeding. Toegegeven, het heeft er alle schijn van. Toch klopt het niet: je vrouw kan even goed hangborsten krijgen zonder dat ze een druppel moedermelk heeft gegeven. Veranderingen in de vorm van borsten worden namelijk veroorzaakt door hormonale veranderingen in het lichaam die optreden als gevolg van de zwangerschap. Wel of geen borstvoeding geven, heeft dus geen invloed op de vorm of de stevigheid van de borsten na de bevalling.
Fabel 2: Zolang mijn vrouw borstvoeding geeft, heeft ze geen zin in seks.
Feit: Het moment waarop je vrouw weer zin krijgt in seks, wordt vooral bepaald door het verloop en herstel van de bevalling en de veranderde omstandigheden. Borstvoeding geven kan de lust tot vrijen juist bevorderen: het hormoon oxytocine, dat vrij komt tijdens het voeden, speelt ook bij seks een belangrijke rol.
Fabel 3: Flesvoeding is tegenwoordig net zo voedzaam als borstvoeding.
Feit: Miljonair worden? Analyseer moedermelk en verkoop het recept aan een fabrikant van flesvoeding. Helaas, gaat je niet lukken. Het recept van moedermelk is een van de bestbewaarde geheimen van onze oermoeder: de voedingsmiddelenindustrie is er nog altijd niet in geslaagd moedermelk een op een te kopiëren, alle investeringen ten spijt. De inhoud van flesvoeding wordt nog altijd voortdurend aangepast als wetenschappers weer een tip van de sluier rond moedermelk hebben gelicht. Het probleem is dat moedermelk geen eenduidig recept kent: moedermelk is een dynamische voedingsstof die zich steeds aanpast aan de behoeften van het kind. Flesvoeding is en blijft een statische voedingsbron waarvan de langetermijneffecten op het kind nog onduidelijk zijn. In flesvoeding, dat van koemelk wordt gemaakt, ontbreken onder meer de afweerstoffen. Als je vrouw geen borstvoeding geeft, is flesvoeding desalniettemin een prima alternatief. Vaststaat dat kinderen die de fles krijgen normaal groeien, de vraag blijft echter of zij hun lichamelijke, emotionele en intellectuele potentie optimaal kunnen ontwikkelen.
Fabel 4: Een kind krijgt via de borst te weinig voeding.
Feit: De melkproductie verloopt volgens het oerprincipe van ‘vraag en aanbod’. Als een kind telkens wordt aangelegd zodra het wil drinken, maakt je vrouw de hoeveelheid melk aan die nodig is. Voor 98 procent van de vrouwen is dit geen probleem.
Fabel 5: Borstvoeding geven is niet te combineren met werk.
Feit: De combinatie is zeker mogelijk maar soms lastig. In de Arbeidstijdenwet is vastgelegd dat een werkgever tot negen maanden na de bevalling een geschikte ruimte en (doorbetaalde) tijd beschikbaar moet stellen als je vrouw haar kind wil voeden en ook als zij moedermelk wil afkolven. Zij mag zelfs een kwart van de totale arbeidstijd aan deze activiteiten besteden! Je vindt de Arbeidstijdenwet op de site van het Ministerie van Sociale Zaken.
Allerlei info en links over borstvoeding op de site van de Samenwerkende Borstvoeding Organisaties. Meer weten over eventuele IQ-verschillen tussen borst- en flesgevoede kinderen? Kinderarts William Sears heeft zich er uitputtend in verdiept. Op de site van het Voedingscentrum alles over de campagne ‘Borstvoeding verdient tijd’.
Meer weten? Lees Babymanagement voor Mannen!
Net vader geworden? Dan is Babymanagement voor Mannen, geschreven door IkVader-oprichter Henk Hanssen, hét boek voor jou. In 240 rijk geïllustreerde pagina's worden de 'basics' van babyverzorging uiteengezet in managementtaal. Er staat dus geen woord teveel in. Jij bent de 'manager' van de onderneming, de baby is het 'product' waar alles om draait. Wat is zijn input? (Borst of fles). Wat is zijn output? (Volle luiers) Wat is jouw investering? (Aandacht en geld). En: wat levert het op? Brengen kinderen geluk? Babymanagement is uitgegroeid tot een ware bestseller. Van het boek, dat wordt aanbevolen door verloskundigen en kraamverzorgenden, zijn al 30.000 exemplaren verkocht. Deze nieuwe editie is bovendien voorzien van een unieke poster (formaat 40 x 57 cm) die op jouw babykamer niet mag ontbreken. De voorzijde toont de specificaties van het 'product' Baby, op de andere kant staan vier handige grafieken waarop je de ontwikkeling van je kind kunt bijhouden. Voor € 16,95 haal je Babymanagement in huis. Je kunt het hier bestellen. Binnen twee dagen geleverd!
Afhankelijk van de week waarin het kind wordt geboren, is er sprake van een vroeggeboorte (voor de 37ste week) of extreme prematuriteit (tussen de 22ste en de 32ste week). Ongeveer 80 procent van de vroeggeboortes treedt spontaan op, in 20 procent van de gevallen wordt een vroeggeboorte kunstmatig opgewekt. Hiertoe wordt onder meer besloten als de groei van de baby in de baarmoeder onvoldoende is, als de moeder ernstig bloed verliest door het loslaten van de placenta of als het leven van de moeder gevaar loopt door bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging.
Vroege wee of harde buik?
Wanneer je vrouw meer dan drie weken voor de uitgerekende datum weeën heeft, dan wordt er gesproken van vroegtijdige weeën. Deze weeën verschillen niet van de weeën rond de uitgerekende datum. Ze zijn net zo pijnlijk en regelmatig en er kan verlies van bloed, slijm en/of vruchtwater optreden. Harde buiken, de normale samentrekkingen van de baarmoeder waar je vrouw waarschijnlijk al kennis mee heeft gemaakt, zijn onregelmatiger, minder pijnlijk en veroorzaken geen ontsluiting. Bij vroegtijdige weeën onderzoekt de gynaecoloog of er sprake is van een dreigende vroeggeboorte.
Weeënremmers
Als de ontsluiting groter is dan vijf centimeter, dan is het nauwelijks mogelijk de geboorte van je kind te voorkomen. Is de ontsluiting kleiner, dan zal de arts proberen het geboortemoment uit te stellen. Wat hij doet, hangt af van de duur van de zwangerschap, de conditie van moeder en kind en van de mate van ontsluiting. Er wordt meestal gebruik gemaakt van antibiotica, weeënremmers of corticosteroïden. Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen die normaal gesproken door het lichaam worden aangemaakt onder invloed van stress. Bij een dreigende vroeggeboorte worden deze hormonen via een injectie toegediend aan de moeder waarna ze via de placenta bij het kind terechtkomen. De corticosteroïden zorgen voor een snellere rijping van de longen en andere organen van het kind. Rust en behandeling van een eventuele (blaas-)ontsteking kunnen de weeënactiviteit verminderen. Verder kunnen er weeënremmers voorgeschreven worden om de samentrekkingen van de baarmoeder te bestrijden.
Couveusekind
Niet elk kind dat te vroeg wordt geboren, belandt in een couveuse. Terwijl ruim 7 procent van alle baby’s te vroeg geboren is, komt slechts iets meer dan 5 procent uiteindelijk voor korte (één dag) of langere tijd (enkele weken) in de couveuse terecht. In zo’n herstelkastje, zoals de Vlamingen het noemen, is het even warm als in de baarmoeder. Hartslag en ademhaling van je kind worden permanent bewaakt. Is er intensievere medische zorg nodig dan jouw ziekenhuis kan bieden, dan verhuist je kind naar een NICU, een Neontale Intensive Care Unit. Jaarlijks worden hier ongeveer 5500 kinderen opgenomen, bijna 3 procent van alle pasgeborenen.
Do the kangeroo!
Op couveuseafdelingen word je zoveel mogelijk bij de verzorging van je kind betrokken. Je vrouw kan bijvoorbeeld, zij het indirect, borstvoeding geven. Ze moet dan wel kolven: te vroeg geboren baby’s kunnen meestal nog niet goed aan de borst drinken. De voeding wordt dan per sonde aan je kind gegeven. In de NICU’s worden ouders erg aangemoedigd om te ‘kangoeroeën’, oftewel het kind tegen de blote huid dragen. Zowel psychologisch als fysiek geeft dit veel voordelen. Onderzoek heeft uitgewezen dat baby’s er heel goed op reageren, onder meer door beter en dieper adem te halen. Bovendien bouw je zo contact op met je kind. Een couveusekind mag naar huis als hij zichzelf op temperatuur kan houden en zelf kan drinken. Vroeger gold dat je baby minimaal 2500 gram moest wegen, maar tegenwoordig is het gewicht niet meer doorslaggevend. Zelfs een baby van 2300 gram kan nu uit het ziekenhuis ontslagen worden. Soms is het mogelijk om bij thuiskomst in aanmerking te komen voor ‘uitgestelde kraamzorg’. Vraag dit na bij het kraambureau waar jullie je aangemeld hebben.
Meer informatie over couveusekinderen op de site van de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen. Ook op Vroeggeboorte.nl is veel relevante informatie te vinden. De site is van Menno Boekestijn, vader van een prematuur geboren dochter. Kleding voor premature kindjes via www.prematuur.nl.
Alles weten over bevalling & geboorte? Lees de 9 Maanden Gids voor Mannen!
Ben jij aanstaand vader en wil je echt voorbereid aan de start verschijnen? Lees dan de nieuwe 9 Maanden Gids voor Mannen, geschreven door Lonneke Kranendonk en Henk Hanssen, oprichter van IkVader.nl. Hoe overleef je de pufles? Hoe ga je om met haar nesteldrang? En: hoe houd je de kosten in de klauwen? Met deze 376 pagina's dikke, rijk geïllustreerde gids, navigeer je probleemloos over de hormonale achtbaan. Het boek kost € 19,95, inclusief fraaie Supervader-poster. Je kunt het hier bestellen. Binnen twee dagen in huis! 'Een gids die jouw vragen beantwoordt en je emoties een plek geeft,' aldus Ouders van Nu.
34 procent van alle bevallingen in Nederland voltrekt zich in het eigen bed. Dit percentage is in vijftien jaar tijd vrijwel gelijk gebleven. Ter vergelijking: in België vindt slechts één procent van de bevallingen thuis plaats. Want waarom laat je een kies bij de tandarts of kaakchirurg trekken terwijl een potentieel veel ingewikkelder operatie als een bevalling in je eigen slaapkamer moet gebeuren? Tja, lastig uit te leggen. In de Nederlandse medische cultuur worden zwangerschap en bevalling beschouwd als normale, natuurlijke verschijnselen en niet als een medisch probleem.
Ophef in verloskundigenland
Het concept thuisbevalling staat de laatste jaren wel steeds meer onder druk. In 2003 ontstond er commotie in verloskundigenland toen uit vergelijkend onderzoek bleek dat in Nederland meer baby’s sterven rond de geboorte dan in alle Europese landen. Tijdens de zwangerschap en kort na de geboorte overlijden er in Nederland 7,4 van de 1000 baby’s, tweemaal zoveel als in Duitsland. Het onderzoek maakte een verhit debat los waarin een aantal verklaringen werden genoemd:
• De telmethoden zijn per land verschillend.
• Nederlandse moeders behoren tot de oudste van Europa (19,4 procent is ouder dan 35 bij de geboorte van hun
eerste kind). Oudere moeders lopen meer risico op complicaties.
• Nederlandse moeders krijgen vaker vruchtbaarheidsbehandelingen: hierdoor worden er meer meerlingen
geboren wat ook weer tot meer complicaties leidt.
• In Nederland wordt minder gescreend op aangeboren afwijkingen.
• In Nederland is thuis bevallen de norm.
Nederlandse ouders die in het buitenland een kind hebben gekregen, spraken in de pers schamper over de Hollandse ‘houtje-touwtje thuisbevallingen’ en het ‘beperkte’ prenatale onderzoek. Royaal overdreven natuurlijk, zo erg is het allemaal niet. De zorg in Nederland is over het algemeen van hoog niveau. De meest waarschijnlijke oorzaak van de verontrustende cijfers is de hoge leeftijd van de Nederlandse moeders.
De voordelen van thuis
Wik en weeg, maar laat de beslissing aan je vrouw.
• Je bent in je eigen omgeving: je vrouw kan gaan, staan, zitten en liggen waar ze wil.
• Muziek, kaarsen, bloemen: je kunt de sfeer creëren die je wilt.
• Jullie zijn ‘de baas’: de verloskundige loopt niet zo snel over je heen als de arts in het ziekenhuis.
• Er wordt minder snel medisch ingegrepen. Als de ontsluiting niet snel gaat, zal de verloskundige eerst wat
eenvoudige hulpmiddelen toepassen (je vrouw een half uur onder de douche zetten bijvoorbeeld). In het
ziekenhuis worden steviger methoden eerder ingezet, zoals vacuümextractie (waarbij een zuignap op het
babyhoofdje wordt geplaatst) of inknippen.
• Geen kans op infecties. In het ziekenhuis loopt je vrouw, net als alle andere opgenomen patiënten, een aanzienlijk
risico op een infectie. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft de ziekenhuizen al een aantal keren gemaand
dit risico te verkleinen.
De voordelen van het ziekenhuis
• Alle medische zorg bij de hand: dat geeft rust.
• Geen voortijdige kraamvisite.
• Geen rommel thuis.
Meer weten? Lees de 9 Maanden Gids voor Mannen!
Ben jij aanstaand vader en wil je echt voorbereid aan de start verschijnen? Lees dan de nieuwe 9 Maanden Gids voor Mannen, geschreven door Lonneke Kranendonk en Henk Hanssen, oprichter van IkVader.nl. Hoe overleef je de pufles? Hoe ga je om met haar nesteldrang? En: hoe houd je de kosten in de klauwen? Met deze 376 pagina's dikke, rijk geïllustreerde gids, navigeer je probleemloos over de hormonale achtbaan. Het boek kost € 19,95, inclusief fraaie Supervader-poster. Je kunt het hier bestellen. Binnen twee dagen in huis! 'Een gids die jouw vragen beantwoordt en je emoties een plek geeft,' aldus Ouders van Nu.
Als je vrouw beweegt, stroomt er meer bloed – en dus meer voeding – naar je baby. Regelmatig bewegen zorgt er ook voor dat je vrouw minder last heeft of krijgt van zwangerschapskwalen zoals verstopping of spataderen. En: ze slaapt beter, houdt haar gewicht in de hand en heeft meer energie. Bovendien nemen kracht en conditie toe.
Vanzelfsprekend meld jij je aan als haar Grote Inspirator, maar overdrijf niet. Laat dat weekendje Ardennen met veel mountainbiken en Abseilen maar even zitten. De truc is: rustig beginnen en haar vooral niet pushen als ze zich moe voelt. Welke sport je ook samen gaat doen, drie keer per week een uurtje heeft veel meer effect dan één weekend uren achter elkaar sporten. Bovendien heb je dan minder kans op blessures. Je vrouw is daar nu gevoeliger voor, omdat het zwangerschapshormoon progesteron ervoor zorgt dat ze wat ‘losser’ in haar gewrichten zit. Niet forceren dus! Wandelen, fietsen, zwemmen, tennis en golf zijn geschikte sporten die je samen kunt gaan doen.
Taboesporten
Als Grote Inspirator kun je haar motiveren deze sporten voorlopig niet te beoefenen:
• Alles wat te vermoeiend is of waardoor ze oververhit raakt. Gulden regel: als ze niet meer gewoon met je kan praten tijdens het sporten, dan is ze te fanatiek bezig.
• Sporten waarbij er een grote kans is om te vallen (bijvoorbeeld skiën, paardrijden of schaatsen). Als je vrouw een echte crack is, dan kan ze deze sporten nog tot ongeveer halverwege de zwangerschap beoefenen.
• Contactsporten als basketbal, handbal, hockey en voetbal waarbij je in botsing kunt komen met je medespelers.
• Duiken, waterskiën en parachutespringen.
• Gewichtheffen en andere sporten waarbij er zwaar getild wordt.
• Buikspieroefeningen. Geen probleem zolang haar buik nog plat is, maar als de buik dikker wordt, dan rekken de buikspieren automatisch mee en kunnen ze overbelast raken.
• Springoefeningen, bijvoorbeeld bij aerobics, kunnen aan het eind van de zwangerschap bekkenproblemen opleveren.
• Sauna. Weliswaar geen sport, maar toch goed om te weten dat zij de sauna even moet mijden in verband met kans op oververhitting. Pas na de derde maand kan ze weer de zweethut in, zolang ze het rustig aan doet en er direct uitgaat zodra ze zich onprettig gaat voelen.
In de laatste maand van de zwangerschap is het verstandig om alleen nog die oefeningen te doen die op zwangerschapsgym of zwangerschapsyoga worden aangeraden.
Rozengeur en maneschijn. Leuk door de duinen dartelen met je koters. Dagje Efteling, dagje Naturalis. Wat is er nou heerlijker dan ’s avonds je kinderen voor te lezen en ze tegen je schouder in slaap te voelen vallen? Nou eh… gamen tot diep in de nacht. De Mont Ventoux beklimmen met je fietsmaten. Naar een bandje gaan kijken, ’s nachts dronken thuiskomen en de volgende dag slapen tot je over je kater heen bent. Je dure nieuwe stereo proberen en de boxen gewoon op de grond zetten. Uit het roze wolkje van moeder en het lichtblauwe wolkje van pappie schieten soms ook wel eens wat bliksemstralen:
“Mijn kinderen hebben op dit moment niets aan mij en worden alleen maar zenuwachtig van pappa.”
“De Eileen Gray sidetable uit de bauhausperiode wordt als hulpje gebruikt om overeind te komen en aan op te trekken.”
“Ook ik heb een tijd het gevoel gehad dat mijn \'zelfontplooiing\' werd tegen gehouden.”
Deel je frustraties met andere vaders en zuig je vol met hun adviezen: “En het is heel goed om een soort van pauze in te lassen hier en daar. Misschien die ene keer per week dat je sport oid. 1x in de maand samen met je vrouw uitgaan, misschien wel gewoon een weekend met z\'n tweetjes. Lucht happen en weer terug." Je staat niet alleen als je hier klikt
door Erik Nieuwenhuis
Op het forum wordt druk gediscussierd over Ritalin. “Het duurt een eeuwigheid voor je de juiste hoeveelheid hebt bepaald bij een kind, en ook bij zeer jonge kinderen is het moeilijk toe te passen,” meldt een gast. Een ander weet dat er een werkzame stof in zit die vergelijkbaar is met cocaïne. Scherp je mening over deze kwestie en praat rustig ;-) mee.
DKTP staat voor Difterie, Tetanus en Polio. Vroeger was de kans bijzonder groot dat je daaraan overleed. En vroeger was de kans dat je een van die ziektes kreeg ook nog eens heel wat groter dan nu. Daar kunnen we het lang en kort over hebben, maar dat komt gewoon doordat wij en onze kinderen daar tegenwoordig voor kunnen worden ingeënt. Kunnen. Want het is niet verplicht. Er is zelfs een vereniging actief die tégen klakkeloos inenten is. Die vereniging heet ‘kritisch prikken’. De mannen op het forum ‘Kindervacinatie en de oorsprong van aids’ lijken daar wel wat voor te voelen. Ook uit hun ervaringen en bijdragen over inenten blijkt dat het plaatje niet altijd klopt. De meeste serieuze geleerden (inclusief de Nederlandse Gezondheidsraad) blijven pal staan voor het Nederlandse systeem. Maar dat betekent allerminst dat je je kind kritiekloos naar het CB hoeft te dragen. Onderzoekt alles en behoudt het goede op het forum kindervaccinatie. (met een fascinerend artikel van de Grote Roerganger van ikvader).
Door onderzoeken door de verloskundige bij te wonen, raak je vertrouwd met allerlei begrippen terwijl de baby in haar buik voor jou veel dichterbij komt. Vooral nadat je – ergens in de derde maand – het hart kunt horen kloppen. Als het even kan, doen dus! Trek die agenda en stem met je vrouw af wanneer de afspraken het best gemaakt zouden kunnen worden. Voorlopig gaat het om een afspraak per maand, alleen in de laatste maand vindt er elke week een controle plaats.
De eerste date
Tussen de 8e en de 12e week van de zwangerschap vindt veelal de eerste afspraak met de verloskundige plaats. Het eerste bezoek duurt ongeveer dertig minuten. Tijdens het eerste bezoek komen meestal de volgende zaken aan bod:
• De uitgerekende datum
• Eventuele vorige zwangerschappen, bevallingen, miskramen, abortussen
• De medische geschiedenis van je vrouw
• De gezondheid van jullie familie, in het bijzonder de erfelijke aandoeningen
• Jullie sociale situatie
• Informatie over o.a. voeding, leefgewoontes, prenatale testen
• Het meten van de bloeddruk van je vrouw
• Het invullen van papieren en het maken van afspraken o.a. voor de termijnecho
Bij de eerste controle is het vaak nog te vroeg om het hart van je kind te horen kloppen. Dat kan pas vanaf 12 weken.
Als het klikt…
Vervolgafspraken duren meestal aanzienlijk korter. Bij een probleemloze zwangerschap kan je vrouw soms al binnen tien minuten weer buiten staan. Tijdens de periodieke bezoeken voert de verloskundige (globaal) de volgende handelingen uit:
• Meten bloeddruk en gewicht
• Bepalen ijzergehalte van het bloed (op bloedarmoede)
• Via uitwendig onderzoek bepalen of de baby normaal groeit en of het goed ligt
• Luisteren naar het hart
• Informeren naar de fysieke en geestelijke staat van de moeder
• Informeren naar de voeding van de moeder
• Gesprek voeren over de gewenste locatie van de bevalling
Het laatste onderwerp kunnen jullie voorlopig nog maanden voor je uit schuiven. Altijd goed om er discussies over te voeren, maar laat de uiteindelijke keuze aan je vrouw. Reken er trouwens op dat je ambitie om je vrouw te vergezellen niet door alle verloskundigen wordt verwelkomd. Oudere vroedvrouwen moeten soms wennen aan de aanwezigheid van een man, vooral als die ook nog veel vragen stelt. Het kan dus even doorbijten zijn, maar het is het waard.
Meer weten? Lees de 9 Maanden Gids voor Mannen!
Ben jij aanstaand vader en wil je echt voorbereid aan de start verschijnen? Lees dan de nieuwe 9 Maanden Gids voor Mannen, geschreven door Lonneke Kranendonk en Henk Hanssen, oprichter van IkVader.nl. Hoe overleef je de pufles? Hoe ga je om met haar nesteldrang? En: hoe houd je de kosten in de klauwen? Met deze 376 pagina's dikke, rijk geïllustreerde gids, navigeer je probleemloos over de hormonale achtbaan. Het boek kost € 19,95, inclusief fraaie Supervader-poster. Je kunt het hier bestellen. Binnen twee dagen in huis! 'Een gids die jouw vragen beantwoordt en je emoties een plek geeft,' aldus Ouders van Nu.
Prenatale screening is erop gericht te achterhalen of de vrucht die je vrouw draagt een chromosomale afwijking heeft. De bekendste chromosoomafwijkingen zijn het syndroom van Down (een ‘mongooltje’) en het neuralebuisdefect (een ‘open ruggetje’ of ‘open hoofdje’). Er zijn drie tests die de risico’s op een kind met een chromosoomafwijking in
kaart brengen: de dubbeltest, de nekplooimeting en de triple-test. Deze testen veroorzaken geen miskraam, vinden vroeg in de zwangerschap plaats en zijn pijnloos. Maar, ze geven geen zekerheid, het blijven risico-inschattingen. Alleen wanneer de kans op een kind met een aangeboren afwijking groter is dan het risico dat het onderzoek met zich meebrengt, komt je vrouw in aanmerking voor een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Deze onderzoeken geven vrijwel altijd zekerheid over de vraag of je kind al dan niet een chromosoomafwijking heeft. Het nadeel van deze onderzoeken is dat er een kleine kans op een miskraam ontstaat als gevolg van de ingreep. Ook geven ze pas laat in de zwangerschap duidelijkheid en ze kunnen pijnlijk zijn voor je vrouw.
Wat is het beste advies? 
Raak je in het woud van prenatale onderzoeksmogelijkheden de weg kwijt? Zie je door de ‘onderzoeksbomen’ het bos niet meer? Hier een aantal punten ter overweging:
• Maak in overleg met je vrouw en de verloskundige een inschatting van de kansen dat
je kind een afwijking heeft.
• Informeer jezelf over de ernst van aangeboren afwijkingen zodat je niet onnodig
spoken ziet.
• Bespreek met je vrouw of je hier onderzoek naar wilt laten doen. Ga na wat de
eventuele consequenties zijn en zorg dat je het volledig met elkaar eens bent over de
dan te nemen stappen.
• Stippel, als jullie kiezen voor onderzoek, een route uit: kies bijvoorbeeld eerst voor de onderzoeken die de risico’s
inschatten en dan pas voor vlokkentest of vruchtwaterpunctie.
Meer informatie over prenatale diagnostiek is te vinden op de websites van: Stichting Erfocentrum, de Gezondheidsraad en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.