
Discriminatie
De juridische verhouding tussen kinderen en ouders in traditionele oftewel ‘typische’ gezinnen is automatisch geregeld of is makkelijk te regelen. Bij niet-traditionele oftewel ‘atypische’ gezinnen is deze verhouding niet goed geregeld. Sterker nog: binnen het bestaande recht kán dat ook niet goed geregeld worden, waardoor sommige kinderen voor de wet maar één ouder hebben in plaats van twee. ‘Dit heeft niet alleen gevolgen voor de maatschappelijke erkenning van de gezinsvorm waarin het kind opgroeit, maar brengt ook allerlei juridische consequenties met zich mee’, aldus Vonk. ‘Te denken valt daarbij aan zaken als erfrecht en het recht op kinderalimentatie.’
Belang kind voorop
Het proefschrift van Vonk gaat verder dan het onlangs door de Commissie Kalsbeek gelanceerde rapport over lesbisch ouderschap. Daarin stonden de rechten van de (niet-biologische) duo-moeder centraal, terwijl het in Vonks onderzoek gaat om allerlei soorten atypische gezinnen. Daarnaast richt Vonk zich niet zozeer op de rechten van de ouders, maar vooral op die van het kind. Zij introduceert het begrip ‘procreatieve verantwoordelijkheid’. Daarmee zou je juridisch vast kunnen leggen welke personen allemaal verantwoordelijk (moeten) zijn voor het kind gedurende zijn of haar leven. Dat kunnen behalve de biologische ouders ook ‘wensouders’ zijn, zoals spermadonoren, duo- of draagmoeders. Personen, kortom, die al vóór de conceptie bij het ontstaan van zo’n nieuw leven betrokken waren. In haar proefschrift doet Vonk een aantal voorstellen om de rechten en plichten van betrokken partijen ten opzichte van het kind schriftelijk vast te leggen.
Bookmark/Search this post with: