Header Top Menu

Login Menu block

Mijn zoon

Printervriendelijke versieSend to friend

Je ligt nu al een uur op mijn borst. Het is 2 uur s’nachts en je bent erg onrustig. Je mama ligt naast ons en gelukkig is zij wel in slaap gevallen. Je bent nu precies 10 uurtjes bij ons en ik denk dat ik 9 uur en 45 minuten daarvan naar je hebt gekeken (die ander 15 minuten stuurde ik ons van het ziekenhuis naar huis). Ik ben blij dat Elisabeth eindelijk slaapt. Ook Elisabeth had moeite met in slaap vallen, het is ook “niet niks”, zo'n bevalling. Ik druk je nog even stevig tegen me aan en doe me uiterste best je rustig te houden. Ook voor jou is het een hele belevenis, zo lig je nog lekker bij mama en nu eens moet je het met papa doen.

Ik veeg mijn tranen weg en bedank mijn moeder voor die emotionele erfenis.
De tijd verstrijkt langzaam, gek genoeg vind ik dit niet erg. Normaal gesproken is mijn slaap me heilig en als er dan weer een kat mijn slaap verstoort, beloof ik hem dat ik katkebab van hem maak.
 
Verloren gevecht
Het is nu half 5. Elisabeth slaapt, Lenny slaapt en Herman is nog wakker. Nog wel. Ik vecht flink tegen mijn slaap, ik wil niet en mag niet in slaap vallen. Lenny ligt nog steeds op mijn borst en als ik dan in slaap val kunnen er zich gevaarlijke situatie voordoen. Ik leg je terug in je kinderwagen die we tijdelijk naast ons bed hebben staan. Je blijft onrustig en ik zet de tv aan om mezelf bezig te houden. Nadat ik alle sexreclames heb weg gezapt (moet op dit moment totaal niet aan sex denken) kom ik uit op Discovery. Volgens mij is deze zender gemaakt door papa`s. Ik weet me goed te vermaken met programma`s zoals “Mean Machines” en “How its made”. Ondanks deze interessante programma’s val ik met mijn bril op en de afstandsbediening in de hand in slaap.
 
Zieltjes terug winnen
Om 8.20 maakt Elisabeth me wakker. “Herman, word je wakker? Mijn moeder staat zo voor de deur en de klinken zitten er nog op”. Ik hoor hoe hard het regent en krijg medelijden met mijn schoonmoeder. Die moet door de regen op het brommertje naar ons toe komen. Toch zal het haar nu in deze nieuwe situatie weinig schelen. Ze gaat naar haar kleinzoon! Iedere oma trotseert dan wel wat spetters. Ik loop de trap af en struikel bijna over mijn wallen. Drie katten begroeten mij heel vriendelijk maar toch ook wat beledigend. Normaal gesproken slapen ze altijd bij ons op bed maar vanwege Lenny hebben we voor de nacht de deur dicht gedaan. En dit nemen ze niet in dank af. Met een bakje met nieuwe brokjes en schoon water weet ik hun hartjes terug te winnen en ben ik weer hun grote vriend.
Ik ben nog niet klaar met kattenzieltjes te winnen of ik zie een verzopen schoonmoeder voor de deur staan. Vlug doe ik de deur open en we groeten elkaar. Om een of andere reden voelt het nu heel anders aan.
Het is niet te verklaren maar door Lenny`s geboorte is er een nieuw gevoel bij gekomen bij het zien van mijn schoonouders.
Toen we waren getrouwd kreeg ik een wettelijk gevoel van een uitbreiding van de familie. Nu is er toch nog een gevoel extra bijgekomen, en nee geen: “gooi je schoonmoeder uit het raam” gevoel.
 
Vroooooooeeeeeeeemmmmmmmm!!!!!!!
Ik help haar met het ontdoen van haar regenpak, gaat de deurbel. We kijken elkaar vragend aan “Wie kan dat zijn, zo vroeg?”
Het is de kraamzorg. Deze heb ik gisteravond gebeld en nu om precies 8.30 staat er al een kraamzuster.
Ik doe open en een klein lief vrouwtje stelt zich voor: “Speedo”. Rare naam en zoals gebruikelijke is dit dan ook niet haar echte naam. Dat we haar zo noemen zal u nog wel duidelijk worden.
Na een korte uitleg over onze 3 gestoorde katten loopt Speedo naar boven want ze is te nieuwsgierig naar Elisabeth en Lenny.
Ik hoor Lieke vanaf beneden roepen wie er allemaal koffie wil. Ik roep “JA” net als een klein kind die je vraagt of het een ijsje wilt.
Speedo vraagt of we beiden een broodje willen en loopt vervolgens naar beneden. Ik loop met haar mee om haar te laten zien waar alles staat. Ze krijgt een voorsprong van me omdat ik eerst nog even moet plassen. Nadat ik geplast heb loop ik naar de keuken en zie al dat ze bijna klaar is met ons ontbijtje. (vandaar ook Speedo)
“Alles kunnen vinden?” een stomme vraag want wat we wilden hebben qua beleg lag op ons brood.
Ze antwoordt met de zin dat 9 van de 10 gezinnen hun spullen op de zelfde plek in de keuken hebben staan. Ondanks mijn weinige slaap ben ik mijn sarcasme niet verloren en kreeg toen het idee om als ze weg is voor de grap alles te verplaatsen.
 
Wervelstorm
Met ons ontbijtje zitten we boven op bed en vertelt Speedo alles wat we willen weten.
Daana spring ik onder de douche en bedenk wat ik vandaag allemaal wil doen. Ondanks het weinige slapen heb ik energie voor 10 en heb er echt zin in vandaag.
Ik droog me af en hoor al een hoop gescharrel in de slaapkamer, schoonmaak gescharrel. Elisabeth kan dat niet wezen, die is al blij dat ze al zelfstandig naar de wc kan. Aangekleed en weer het heertje verlaat ik de badkamer en zie ik een soort wervelstorm door mijn huis razen. Ik loop de slaapkamer in en daar zit Elisabeth met Lenny in haar armen. De slaapkamer is weer een plaatje: het bed opgemaakt, Lenny zijn bedje opgemaakt, de was wat er nog lag is opgevouwen en ook was er al boven stof gezogen want ik liep niet door kattenkorrels die normaal gesproken in de gang liggen, die de katten vanuit de kattenbak meenemen en als een gevangen prooi voor ons op de vloer achterlaten.
 
Aangiften
Ook moet er aangifte gedaan worden en ik verlaat mijn gezin even voor de aangifte van MIJN ZOON.
Als een “Schummacher” race ik naar de stad en ondanks de regen loop ik met een grijns van oor tot oor naar het stadhuis. Bij de balie schreeuw ik bijna van blijdschap dat ik aangifte kom doen. Ik krijg een nummertje en de baliemedewerkster meldt me nog dat ik voorrang krijg.
Dit was ook zeker waar want toen ik de ruimte “burgerzaken” binnen liep zag het er zwart van de wachtende mensen. Ik neem plaats naast een soort Osama en inspecteer onopvallend of ik vreemde bobbels onder zijn jas zie zitten. Zal je zien ben je een dag vader, blijft het maar bij 1 dag.
Ik krijg niet de kans de rest te bewonderen. Mijn nummer wordt al via het bord weergegeven en ik mag  plaats nemen bij balie 17. Ik voel de jaloerse blikken in mijn rug prikken. Echt iedereen heeft mij binnen zien komen (is ook niet zo gek, ik paste maar net door de deur met die brede grijns van me). Ik word geholpen door een vriendelijke dame en binnen de kortste keren loop ik  als trotse vader die net aangifte heeft gedaan van ZIJN ZOON en met een lelijke slabber van “de gemeente Almere” richting uitgang van het stadhuis.
Eenmaal in de auto rijd ik met een snelheid waar je je rijbewijs mee kwijt kan raken richting huis, want als ik weer thuis ben gaan we Lenny voor het eerst in bad stoppen.